Apotheek Bom & Apotheek De Venen

Koningsweg 38 7672 GD Vriezenveen Tel:0546-562422

Medische Encyclopedie

Inhoud

apomorfine

Apomorfine werkt hetzelfde als dopamine. Dopamine is een stof die van nature in de hersenen voorkomt.

Artsen schrijven het voor bij de ziekte van Parkinson.

Wat doet apomorfine en waarbij gebruik ik het?

Ziekte van Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson kunnen de hersenen niet meer de juiste berichten versturen, bijvoorbeeld naar de spieren. Dit komt onder andere door een tekort aan dopamine. Dopamine is een boodschapperstof in de hersenen (neurotransmitter), waardoor zenuwen in de hersenen met elkaar communiceren.

Klachten
Er ontstaan bewegingsproblemen, zoals stijve spieren, beven, loop- en spraakstoornissen. De klachten van de ziekte van Parkinson worden in de loop van de jaren steeds sterker. De ziekte is niet te genezen.

Behandeling
Er zijn voor de ziekte van Parkinson veel soorten medicijnen beschikbaar die een deel van de klachten verminderen. Het moment waarop u met de medicijnen start, hangt af van uw lichamelijke klachten en van uw persoonlijke omstandigheden.

De arts past een stappenplan toe, waarin verschillende behandelingen elkaar opvolgen. Elk medicijn heeft namelijk maar een bepaalde periode voldoende effect. Als het effect afneemt, krijgt u een andere dosering of medicijn.

Meestal begint de arts de behandeling met levodopa. Als dit medicijn na verloop van tijd niet meer genoeg werkt, kan een ander medicijn worden toegevoegd. Een medicijn dat werkt als dopamine, zoals apomorfine.

De arts schrijft apomorfine voor als levodopa of andere medicijnen niet meer genoeg werken en u daardoor last heeft perioden waarin u zich niet of niet goed kan bewegen. Dit heet een ‘off-periode’. Tijdens een ‘off-periode’ krijgt u plotseling veel last van stijfheid, bent u traag of kunt u niet bewegen (immobiliteit).

Werking
Apomorfine werkt zoals dopamine. Dopamine is een boodschapperstof in de hersenen. Bij de ziekte van Parkinson is daar te weinig van aanwezig.

Effect
U krijgt dit medicijn als injectie of infuuspomp vlak onder de huid. U merkt na 4 tot 12 minuten dat de klachten  minder worden. Dit medicijn werkt ongeveer 1 uur lang. Als een langere werking nodig is, dan kan dit medicijn als infuuspomp worden toegediend.

Lees meer over ziekte van parkinson . “

Wat zijn mogelijke bijwerkingen?

Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

  • Reacties op de injectieplaats, zoals harde plekken in de huid, bultjes, een rode huid, irritatie, een gevoelige huid, jeuk, blauwe plekken en pijn. Krijgt u dit medicijn als infuus? Zeer zelden kunt u dan last krijgen van zweren op de toedienplaats.

  • Psychische klachten, zoals hallucinaties. U hoort of voelt dan dingen die er niet zijn. Zelden in de war zijn en zeer zelden agressief, zenuwachtig, opgewonden en onrustig zijn. Merkt u dat u last heeft van deze klachten? Neem dan contact op met uw arts.

    Mensen met schizofrenie, waandenkbeelden, hallucinaties of ernstige in de war zijn (psychosen) kunnen meer klachten krijgen. Overleg met uw psychiater voordat u dit medicijn gaat gebruiken.

Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

  • Maagdarmklachten, zoals misselijk zijn en overgeven.

  • Slaperig en suf zijn, en veel gapen. 

    Dit komt vooral de eerste paar dagen voor, als u nog aan dit medicijn moet wennen. Rijd geen auto als u slaperig wordt van dit medicijn. Heeft u hier veel last van? Overleg dan met uw arts.

  • Duizelig zijn, een licht gevoel in het hoofd en flauwvallen.

    Vooral bij opstaan uit uw bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam gewend is aan dit medicijn. Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het beste even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft u last houden? Bespreek dit dan met uw arts.

Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

  • Benauwd zijn en moeite met ademen

    Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.

  • Huiduitslag

    Soms kan dit wijzen op overgevoeligheid, maar dat hoeft niet. Heeft u last van huiduitslag? Overleg met uw arts.

  • Slaapaanvallen. Dit komt vooral de eerste paar weken voor, als u nog aan dit medicijn moet wennen. Deze slaapaanvallen kunnen plotseling ontstaan, zonder dat u ze voelt aankomen.

    Ze duren van enkele minuten tot enkele uren.
    Rijd geen auto als u last heeft van slaapaanvallen door dit medicijn. Heeft u hier veel last van? Overleg dan met uw arts.

  • Hoofdpijn

  • Meer zin in vrijen en meer kans op verslaving, zoals overmatig spullen kopen, gokken, medicijngebruik of eetbuien.

    Deze bijwerkingen gaan over na een verlaging van de dosis of als u met het medicijn stopt. Neem contact op met uw arts als u hier last van heeft.

  • Onwillekeurige en onrustige bewegingen.

    Dit komt vooral voor op vaste tijdstippen, bijvoorbeeld vlak na inname van het medicijn. Als u dit medicijn al langer gebruikt kunnen de ongewilde bewegingen ook onverwacht optreden. Raadpleeg uw arts. Mogelijk past uw arts de behandeling aan.

  • Bloedarmoede. U kunt last hebben van snel moe voelen, minder kleur in uw gezicht, moeite met ademen en hartkloppingen.

    Heeft u hier last van? Raadpleeg dan uw arts. Bloedarmoede betekent dat u te weinig rode bloedcellen in uw bloed heeft. Of dat uw rode bloedcellen niet goed werken. Rode bloedcellen zorgen voor zuurstof in uw bloed en zijn erg belangrijk.

  • Te weinig bloedplaatjes in uw bloed. U heeft dan meer kans op bloedingen. Waarschuw uw arts bij onverklaarbare blauwe plekken, rode puntjes op de huid, bloedneuzen of bij wondjes die te lang blijven bloeden. 

  • Hartritmestoornissen. U merkt dit soms alleen aan plotselinge duizelingen of als u even wegraakt. Vooral mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval hebben hier kans op. Uw arts zal uw hartritme controleren en eventuele veranderingen beoordelen. Soms is het nodig dit medicijn tijdelijk te stoppen tot het hartritme weer normaal is.

  • Opgezwollen enkels en onderbenen. Dit komt door het wijder worden van de bloedvaten in de benen.

    Raadpleeg uw arts als u hier last van heeft.

  • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan jeuk, huiduitslag of galbulten.

    Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan flauwvallen of een zwelling van het gezicht, lippen, mond, tong of keel. U kunt hierbij erg benauwd worden. In zeer zeldzame gevallen ontstaat er een ernstige huidaandoening met blaren op de huid. Waarschuw in al deze gevallen direct een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst. 

    Bent u overgevoelig voor dit medicijn? Dan mag u het niet meer gebruiken. Geef dit daarom aan de apotheker door. Het apotheekteam let er dan op dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

Uitleg frequenties

Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

Mag ik apomorfine gebruiken met andere medicijnen?

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Medicijnen tegen wanen (u gelooft of denkt dingen die niet kloppen) en hallucinaties (u ziet, voelt of hoort dingen die er niet zijn) (antipsychotica). Deze gaan de werking van apomorfine tegen. Hierdoor kunt u meer last kunt krijgen van de klachten van de ziekte van Parkinson. Ook kan apomorfine de werking van antipsychotica verminderen. Overleg met uw arts als u deze medicijnen gebruikt.
  • Bepaalde medicijnen tegen misselijk zijn en overgeven, zoals droperidol. Deze gaan elkaars werking tegen en verergeren de klachten van de ziekte van Parkinson. Overleg met uw arts als u deze medicijnen gebruikt.

Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?

autorijden?
Het kan gevaarlijk zijn aan het verkeer deel te nemen als u dit medicijn gebruikt. Dit komt door bijwerkingen, zoals slaperig, duizelig en verward zijn, hallucinaties en plotselinge slaapaanvallen.

U mag de eerste paar dagen dat u dit medicijn gebruikt niet autorijden. Na een paar dagen zijn de meeste mensen voldoende gewend geraakt aan de effecten. U mag dan weer autorijden. Maar doe dat alleen als u geen last meer heeft van de bijwerkingen.

Plotselinge slaapaanvallen voelen de meeste mensen niet aankomen. U mag NIET autorijden als u daar wel eens last van heeft.

Gebruikt u ook andere medicijnen die deze bijwerkingen geven? Let er dan op dat u meer last kunt hebben van deze bijwerkingen.

Let op: ook de ziekte van Parkinson kan een reden zijn dat u niet mag autorijden. Overleg met uw arts of dat bij u het geval is. Wilt u meer informatie over autorijden bij bepaalde aandoeningen? Kijk dan op de website van het CBR.

Voor meer algemene informatie kunt u het thema ‘Medicijnen in het verkeer’ lezen. In dit thema leest u bijvoorbeeld wat de wet zegt over medicijnen in het verkeer. Ook vindt u adviezen waarmee u rekening moet houden als u wel (weer) mag autorijden.

alcohol drinken?
Drink liever geen alcohol als u dit medicijn gebruikt. Door dit medicijn reageert u veel sterker op alcohol. Ook versterkt alcohol de bijwerkingen van dit medicijn, zoals suf zijn, duizelig zijn en plotselinge slaapaanvallen. Ook als u hier eerder niets van heeft gemerkt. 

alles eten?
U mag eten zoals u normaal doet.

Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?

Zwangerschap
Overleg met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. Meld het in elk geval aan uw arts en apotheker als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is. Wel is bekend dat dit medicijn ervoor kan zorgen dat de borstvoeding steeds minder wordt of zelfs stopt. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken. Of u kunt kunstvoeding geven.

Hoe gebruik ik dit medicijn?

Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek.

Hoe?

U krijgt dit medicijn via een injectie of infuuspomp vlak onder uw huid. Uw arts of verpleegkundige leert u hoe u uzelf moet injecteren. En hoe u de infuuspomp aansluit en gebruikt. Aarzel niet om bij onduidelijkheden uitleg te vragen.

Krijgt u dit medicijn voor het eerst? Dan krijgt u de injectie van uw arts. De arts zal op basis van het effect bepalen hoeveel injecties u nodig heeft. De volgende keer dat u dit medicijn moet gebruiken kunt u het zelf toedienen.

Wanneer?

Bij het begin van een ‘off’-periode. Tijdens een ‘off-periode’ krijgt u plotseling veel last van stijfheid, bent u traag of kunt u niet bewegen (immobiliteit).

Hoelang?

Werkt de injectie niet goed genoeg? Dan kunt u na ten minste 1 uur nog een injectie gebruiken. Gebruikt u meer dan 10 injecties per dag? Dan zal uw arts meestal een infuuspomp voorschrijven.

Terug naar overzicht